Inzet en Werking


Fibrilleren en defibrilleren

Fibrilleren is een ritmestoornis waarbij het hart onregelmatig samentrekt. Het gevolg hiervan is dat het hart geen bloed meer rondpompt in het lichaam; het is alsof het hart stilstaat. Een leek kan dat fibrilleren alleen doen ophouden met behulp van een AED die de onregelmatige samentrekkingen van het hart teniet doet door te defibrilleren. Indien mogelijk moet de defibrillatie binnen 5 minuten na het eerste hartfalen worden gestart, wat de beste kansen voor het slachtoffer biedt.
Defibrilleren is het met behulp van een AED toedienen van elektrische schokken aan het hart om weer een normaal hartritme te verkrijgen.


Circulatiestilstand

Bij een circulatiestilstand wordt er geen bloed meer door het lichaam gepompt en treedt er een doorbloedingsstilstand op. Een circulatiestilstand ontstaat wanneer het hart niet meer effectief samenknijpt (fibrilleert) of wanneer de prikkels tot samentrekken volledig uitblijven (asystolie).


Belang van een AED bij een circulatiestilstand

Door het toepassen van hartmassage en mond-op-mond beademing worden de hersenen van zuurstof voorzien. De ventrikelfibrillatie (trillen van de hartkamers) kan hiermee echter niet worden opgeheven.
De enige doeltreffende manier om dat te bereiken, is het zo spoedig mogelijk (bij voorkeur binnen de eerste 5 minuten) defibrilleren van het hart, zodat het weer op de normale wijze kan gaan kloppen.
Hoe meer tijd er verloren gaat, hoe ongevoeliger het hart voor defibrillatie wordt en hoe kleiner de overlevingskans wordt.


Inzet en werking AED

Breng de twee zelfklevende elektrodes op de borst van het slachtoffer aan volgens de AED instructies. De AED start meteen daarna met een automatische analyse van het hartritme. Wanneer er sprake is van ventrikelfibrillatie zal de AED opdracht geven tot het toedienen van een stroomstoot door het hart.
De stroom wordt aan het hart afgegeven via de zelfklevende elektrodes. Niemand mag het slachtoffer tijdens de defibrillatie aanraken.
De AED analyseert het hartritme van het slachtoffer en bepaalt of een elektrische schok noodzakelijk is. De AED geeft de gebruiker opdracht om het slachtoffer een schok toe te dienen of te starten met reanimatie (hartmassage en mond-op-mond beademing). Ook kan op een display de gesproken opdracht worden afgelezen.
De AED leidt de gebruiker op veilige wijze door de reanimatie, totdat professionele hulpverleners de zorg voor het slachtoffer overnemen.


Bijzondere situaties

Nat slachtoffer / Behaard slachtoffer
In geval van een nat slachtoffer of natte situatie (drenkeling, zwembad, etc.) eerst de borst van het slachtoffer afdrogen alvorens de elektrodes aan te brengen.
Bij een behaard slachtoffer eerst de plekken voor de elektrodes scheren (scheermesje in hulptasje bij AED), daarna elektrodes aanbrengen. Voor beide situaties geldt dat niemand het slachtoffer tijdens de defibrillatie mag aanraken. Houd altijd de privacy van het slachtoffer in acht.

Inzet AED bij kinderen jonger dan 8 jaar
Omdat de oorzaak van een circulatiestilstand bij deze leeftijdsgroep doorgaans een stoornis in de ademhaling betreft, heeft Hartsave Graswinkel in navolging van andere stichtingen, besloten de AED’s niet te voorzien van kinderelektrodes. Mocht een kind toch een circulatiestilstand hebben, dan kunnen de aanwezige elektrodes, in tegenstelling tot de instructies, midden op de borstkast en op de rug geplakt worden, zodanig dat het hart zich tussen de elektrodes bevindt.